hoge noot

Het Hollandse hoofdkwartier van de cd, het Muziekwebplein is ondergebracht bij de Bibliotheek Rotterdam. Dit muzikale plein staat vol met meer dan een miljoen cd’s, Lp’s en dvd’s.

Voor de millennials: cd’s zijn piepkleine lp’s. net dvd’s maar  dan zonder film. Schijfjes die zich graag laten opslaan in de Gneby, het populaire Ikea opbergmeubel, dat zo aardig staat naast de Billy ook al zo’n een icoon uit het verleden.

Met de komst van Spotify ligt het cd’tje evenwel zwaar onder vuur en koerst het Rotterdamse Muziekwebplein derhalve langzaam richting mausoleum. Om dit armageddon te ontwijken is het  plein ook digitaal gegaan als het Muziekweb, de muziekbibliotheek van Nederland. Naast  cd’s is daarop ook informatie te vinden over muziek, die ooit alleen maar life kon worden beluisterd totdat Edison aan het einde van de 19e eeuw de fonograaf uitvond.

Neem de muziek van Carlo Broschi, de Frank Sinatra van de Barok, maar dan wel gecastreerd. Carlo was 350 jaar geleden een van de meest geliefde popsterren van Europa. En dat kwam vooral doordat zijn ouders hem op zijn zevende hadden laten castreren, waardoor de kleine Carlo eeuwig zijn mooie jongensstemmetje behield. Carlo was niet de enige die hiertoe indertijd van zijn buitenboordmotor werd ontdaan. Dat lot trof jaarlijks ruim 4000 Italiaanse bambini. Die pappa en die mamma hoopten dat hun zoontjes na deballotage meer kans hadden om later een gevierd operazanger te worden, dan jongetjes die niet geholpen waren. En als zanger kon je tevens schatrijk worden.

Het verwijderen van testikels remt de groeihormonen van de stembanden. Deze blijven zodoende aan de kleine kant en bewaren hun  jeugdige jongemannenklank. Inmiddels groeit het ventje dat de deballotage met succes heeft doorstaan, wel uit tot een veelbelovende jongeman, met een steeds krachtiger vleeslichaam, weinig baard, vaak iets gedeformeerd, maar wel met een blijvend jongeherenkopje. Castreren deed je voor het succes en voor het geld. Onze Carlo kwam overigens uit een rijke familie. Bij hem ging het vooral om het  succes als belcanto zanger. Op zangles werden de longetjes van de kleine Carlo  intensief getraind, waardoor hij met zijn kinderstemmetje zijn hoge nootjes met grote kracht kon laten klinken. Hij  werd al snel onder de artiestennaam Farinelli  in heel Zuid-Italië bekend als  Il Ragazzo  de longen. In 1722 zong hij voor het eerst in de opera in Rome en overtroefde met zijn stem de trompetist  van het orkest. Zijn noten klonken wonderbaarlijk lang, zuiver, wendbaar en luid. In 1727 versloeg hij in Bologna zijn 20 jaar oudere collega Antonio Bernacchi bij een muzikaal duel in de opera Antigona.

Succes alom met als apotheose dat Farinelli in Spanje werd hij ingezet om koning Filips V van Spanje met zijn zang te genezen van melancholische waanzin. Dat lukte, naar blijkt uit het feit dat de zanger werd bevorderd tot Eerste Minister. Hij werd puissant rijk en ging om met alle groten van de toenmalige wereld onder wie ook Mozart. Maar hij was een bescheiden man en liet zijn rijkdommen bij zijn overlijden in 1782 na aan de armen. In 2006 werd zijn graf in Bologna terug gevonden en werd zijn lichaam opgegraven. Zulks dan om meer te weten te komen van de effecten die castratie heeft op de  anatomie van jeugdig gedeballoteerden. De botten van de beroemdste belcanto zanger aller tijden bleken ongewoon lang en stevig te zijn.

De laatste zingende castraat was een zekere Alessandro Moreschi, Hij stierf in 1922. Voor een onwetende luisteraar zal het, aldus het genoemde Muziekweb, een raadsel zijn waarom diens oude opnames met veel geruis en gekraak en wat doffe klanken zo waardevol zijn. Moreschi dankt zijn onsterfelijkheid niet aan zijn stem, maar omdat hij  de laatste zingende castraat is. Hij betekent het einde van een  traditie van 350 jaar oud. En dat had ook iets te maken met de emancipatie van de Roomse kerk. Die worstelde ook in de Barok met het gegeven dat castraten  geen kinderen kunnen krijgen. Godsdienstig gesproken woog dit nadeel niet op tegen het voordeel dat er in de kerk geen meisjes  en vrouwen nodig waren voor vrome koorzang. Want er staat toch niet voor niets in de brieven van de profeet Paulus aan de Korintiërs te lezen dat vrouwen gedurende samenkomsten in de kerk moeten zwijgen. Deze zwijgteksten, zijn nog steeds onderwerp van een fel debat in Christelijke kring, zij het dat de vrouw tegenwoordig toch ook in de kerk meezingt. Sinds 1878 moest dat wel, want toen verbood Paus Leo XIII het in dienst nemen van castraten.

Niet iedereen was daar aan het einde van de 19e eeuw blij mee. Zo beklaagde de componist Rossini er zich bij zijn collega Wagner over dat hij wel moest stoppen met componeren omdat het theater in volle neergang was door het verdwijnen van de castrati. Men kan zich geen idee vormen van de bekoring van de stem en de volleerde virtuositeit die deze besten der besten, bij gebrek aan iets anders en uit gelukkige compensatie, bezaten, aldus Rossini.

In de romantiek namen de tenor en de bariton het stokje over van de castraat. En tegenwoordig weet de contratenor ondanks zijn  mannelijke trots, of wie weet juist dankzij, toch vaak verassend hoge noten te halen. Zulks ook  tot genoegen van vrouw en kinderen. Het is allemaal te horen en te lezen op het Muziekwebplein te Rotjeknor.

Hein Meijers

Kerstmis 1956

December 1956, alle metertjes van de GEB, nu Eneco geheten, vierden uitbundig kerstfeest. Wij deden dat met het hele gezin bij Omi in pension Het Zonnehuis, nu opgewaardeerd tot Hotel  ’t Sonnehuys,  een krakend Jugendstil stadspaleis vlak achter het circustheater in Scheveningen. Dat theater behoorde toen toe aan het door H.M. Wilhelmina Koninklijk erkende circus Strassburger. De Majesteit en haar brave dochter Juliana, werden aldaar vaak frontloge aangetroffen. Want het was immers een beetje hun circus Strassburger. In stille bewondering genoten zij van de gewaagde dierennummers en plaisanterieën die de Strassburgers hen met hun artiesten voorschotelden.

Vooral de clowns waren zomers in topvorm. Aan tafel in het Zonnehuis waar zij plachten te logeren mochten ze bij het afruimen graag nieuwe grappen uitproberen met het steeds schaarser wordende serviesgoed van Omi. Ook Omi kon er hard om lachen. En wij mochten daarna zo vaak als we wilden en tot genoegen van Omi, gratis mee naar het circus. Ja de  jaren vijftig, het waren heerlijke tijden.

Het leek in 1956 een rustige kerstavond te worden, De echte kaarsjes in de kerstboom in het Zonnehuis flakkerden vrolijk en Jozef en Maria genoten ontspannen vanuit hun kerststalletje op het dressoir van de vredige kerstsfeer. Er was dus alle aanleiding om op mijn mondharmonica, de Chromonica IIIM280 C van Hohner, het zo indringende  ‘De Herdertjes  Lagen Bij Nachten’ in te zetten. Althans een melodie die daar bij vlagen sterk aan deed denken.

Mijn muzikale inzet werd in dat jaar evenwel abrupt verstoord door Omi. Onder het uitroepen van de kreet: ‘red het Kindeke Jezus’ stortte zij zich tijdens de thee met kransjes op het kerststalletje. Begrijpelijk, want dat bleek in lichterlaaie te staan. Een van de tafelkaarsen rond het boerenoptrekje was omgevallen en was bovenop Jozef terecht gekomen. Deze had prompt vlam gevat. De snelle actie van Omi kon inderdaad voorkomen dat het Kindeke Jezus een vlooi der prammen werd, maar helaas donderden door haar ingrijpen nu alle tafelkaarsen om. Toen de emmer water naast de kerstboom zijn werk had gedaan restte er naast de piepjonge Jezus nog slechts één halve wijze uit het oosten, twee ernstig geblakerde lammetjes, één engel en een handjevol kamelen. Op het na smeulende fineer van het dressoir rookte Maria nog wat vochtig na.

Het schouwspel gaf een duidelijk innovatief accent aan het kerstgebeuren, maar deed toch ook iets af aan de gewijde sfeer, die zo kenmerkend is voor de schoonste dag van het jaar.

Het wonder van het timmermansgezinnetje dat 20 eeuwen geleden te Bethlehem werd geconfronteerd met een nieuw boorlingske, waar de heer des huizes geen bemoeienis mee gehad zou hebben, kwam hierdoor een beetje op de achtergrond te staan.

Maar de kerstsfeer kwam in 1956 gelukkig weer helemaal terug toen bleek dat de kerstcadeautjes godlof gespaard waren gebleven bij de onzalige ramp. Dus toch een kerstwonder.

Ja Kerst, -mis of -raak, ook in 1956 trof hij doel.

BLOODY MARY

Op Werelddierendag nu eens aandacht voor het grootste en door zijn formaat meteen het meest kwetsbare zoogdier ter wereld, de olifant. Het is een lobbes die in ons land tot 2015 in het circus als curiositeit aan de bak moest voor een schamele maaltijd. Een werkkring met veel stress, waardoor menig olifant overspannen raakte en soms tot nieuwe kunstjes kwam, die hem of haar niet in dank werden afgenomen. Neem Bloody Mary, een Aziatische vijftonner, werkzaam bij Sparks World Famous Shows circus. Op 12 september 1916 plaatste Mary haar rechtervoorvoet in Erwin Tennessee iets te enthousiast op het hoofd van een zekere Walter Eldridge. Walter was een werkloze boerenknecht, die op die ochtend was begonnen als oppasser van Mary. Een eenvoudig klusje, aldus circusdirecteur Charly Sparks: Mary doet alles voor een watermeloen en is gevoelig voor een prikstok.

Dat bleek te kloppen, toen Mary op een watermeloen was gestuit en genoemde Walter zo onverstandig was om zijn protegee tijdens de maaltijd met de prikstok een plaagstootje in de billen te geven. Volgens de nieuwbakken trainer was het nog geen etenstijd, volgens Mary wel.  Om dit te onderstrepen sloeg ze haar nieuwe verzorger als  een vlieg met haar slurf plat tegen de grond om vervolgens het hoofd van de kakelverse verzorger als voetenbankje te gebruiken. De Blue Ridge County, het sufferdje van Tennessee is niet geheel duidelijk over de vraag of dit een ongelukkige misstap was, dan wel moord met voorbedachten rade. Het op sensatie beluste circus publiek neigde tot de tweede  optie. Menig kogel werd afgevuurd op het watermeloen etende slurfdier. Want de Amerikaan ging  in Tennessee ook in die dagen nooit zonder wapen van huis. Maar de kogels deerden Mary niet en dus was er zwaarder geschut nodig om Mary tot de orde te roepen,

Dat laatste was ook de mening van de eigenaar van Mary, de al eerder genoemde circusbaas Charly Sparks, die zag aankomen dat zijn negotie in gevaar kwam, doordat het gerucht over de levensgevaarlijke olifant zich razendsnel over heel Tennessee verspreidde. Een boycot dreigde en een publieke executie van Mary leek hem als professionele showman nog het meest op zijn plaats. Oog om oog, tand om tand. Het werd een extra attractie, een eenmalige toegift  gratis toegankelijk voor degenen die de volgende dag  een kaartje voor de ‘gewone’ show hadden gekocht. Dat waren volgens de Blue Ridge County zeker 2500 hillbillies. 

Mary werd op 13 september 2016 naar het schavot gevoerd, een treinemplacement met een kraan die 10 ton kon tillen. Braaf wachtte Mary tijdens de matinee  buiten de circustent op haar einde. Volgens sommigen zuchtte ze af en toe en maakte ze een bedroefde indruk. Aan het einde van de voorstelling schreed  Mary gelaten naar het lokale treinstation, met achter zich aansjokkend haar collegae olifanten die elkaar bemoedigend bij de staart  vasthielden. De treinkraan diende als galg, maar het ophangen had enige voeten in de aarde. De eerste ketting waarin ze braaf haar hoofd had gestoken bleek te zwak en brak. Na een pijnlijke val werd het klusje geklaard met een wat dikkere ketting. De tante-olifanten trompetterden hartverscheurend. En Mary onderging haar droeve lot waardig.

De moord op Mary hield de gemoederen in de Verenigde Staten nog lang bezig. Sparks World Famous Shows Circus zelf ging eind jaren dertig ter ziele. De inboedel van het circus kwam met de dieren en al terecht bij The Greatest Show on Earth van Ringling Bros en Barnum & Baile, dat vaak werd belaagd door de  A.S.P.C.A. de Amerikaanse dierenbescherming. Uiteindelijk lukte het de A.S.P.C.A. om de olifant uit het Amerikaanse circus te krijgen. 2018 was de deadline, maar  de  veertig olifanten Van Ringling Bros mochten al in 2016 op pensioen in een speciaal olifantenreservaat van dat circus in Florida. Helaas zijn alle andere Amerikaanse circusdieren nog steeds vogelvrij.

Wat dat betreft  is het sinds 2015 in ons land beter geregeld.  Voor alle wilde dieren geldt  een beroepsverbod. Ook het inhuren van een olifant ter opluistering van een feest mag niet meer. 

Dit neemt niet weg dat gemeente Ommen begin augustus van dit jaar toch nog werd opgeschrikt door een loslopende olifant. In de Stentor valt te lezen dat de perenboom in de voortuin van een Ommens gezinnetje kaal werd  geplukt werd door een olifant. Het bleek Buba van  de circusfamilie Freiwald te zijn.  Buba mag tot 2020 als huisdier aangelijnd  mee op sentimental journey langs alle steden en dorpen waar hij eerder met zijn kunstjes furore maakte. Buba is soms een beetje ondeugend  en maakt graag in zijn eentje een ommetje. Deze zomer  in Ommen, waar de  aanblik van een rijk beladen perenboom niet te weerstaan was. Gevolgd door  een forse hoop  in de voortuin van het betreffende rijtjeshuis . Iets wat hij, aldus de eigenaar, anders nooit doet.

Wat zou het mooi zijn als Buba dit jaar op Werelddierendag als een saluut aan Bloody Mary en alle andere ongelukkige circusdieren, nog even een een vrije wandeling zou mogen maken in de Betuwe waar het fruit in deze maand tot in de hemel groeit en waar men niet schrikt van een hoop olifanten schijt. En terecht want onder de handelsnaam  Black Ivory wordt  daarvan in Thailand  een wel heel bijzonder kopje koffie gezet. 

 

 

 

 

 

GOEIE BENEN

De eerste  Tour de France dateert van eeuwen geleden en werd al wandelend afgelegd. De fiets moest nog worden uitgevonden en volgens sommigen was de aarde plat.
Aan het laatste kwam een eind toen de Victoria, als enig scheepje van het flottielje van de  beroemde Portugese zeevaarder Fernão de Magalhães, alias Ferdinand Magellaan in 1522 met succes rond de aarde voer. Daarmee was proefondervindelijk aangetoond dat de aarde rond is. Ter zijde: Ferdinand heeft zelf helaas de eindstreep van deze Volvo Ocean race avant la lettre niet gehaald. Halverwege de globe kwam de koene Portugees op de Filippijnen aan zijn einde, doordat hij het aan de stok kreeg met Lapu Lapu, sindsdien de nationale held van de Filippijnen. Genoemde Lapu wilde liever niet tot het Christendom bekeerd worden. Naar Lapu Lapu is een populaire vis genoemd. Magellaan tekent voor de Magellaanpinguïn.In 1522 was overigens de eerste Tour de France allang een feit, maar dan te voet bij gebrek aan een fiets. Dit voor de huidige toer onmisbare hulpmiddel kwam pas aan begin van de vorige eeuw beschikbaar. Karl Friedrich Christian Ludwig Freiherr Drais von Sauerbronn, alias  Karl Drais, zette in 1817 de eerste stappen met zijn draisine, een loopfiets die wordt beschouwd als de voorloper van de fiets. Loopfietsen bestonden al langer, maar de draisine beschikte als eerste over  een stuur. Een innovatie, want tot aan Drais kon de loopfiets alleen maar rechtuit. De draisine, ook wel bekend als de dandy horse, draaide desgewenst ook bochtjes, een eigenschap die in 1903 ook goed van pas zou komen bij de eerste Tour de France op de fiets.
Maar daarvoor moesten ook nog de trapper en de fietsketting worden uitgevonden. Dit leidde tot de vélocipède, letterlijk ‘snelle voet’. De meningen over de uitvinder lopen uiteen. In Wikipedia wordt wel de Schotse smid  Kirkpatrick MacMillan genoemd. Want had diens geavanceerde vélocipède al niet in 1842 in Glasgow een klein meisje van haar sokken gereden. Het eerste fietsongeluk ter wereld dat de krant haalde. In de Engelse Wikipedia wordt dit krantenstukje opgevoerd als bewijs dat er in Schotland als eerste modern werd gefietst. De Franse Wikipedia trekt dit bewijs uit het ongerijmde in twijfel. Ja, succes kent vele meesters en in het geval van sport ook veel chauvinisme.
 In de tweede helft van de 19e eeuw stortten veel uitvinders zich op het verbeteren van het nieuwe vervoermiddel. De vélocipède kreeg een trappedaal en werd i.v.m. het vergroten van de snelheid voorzien van een enorm voorwiel.
De Italianen bleven als fietsland wat achter, zij het dat Leonardo Da Vinci er van wordt verdacht de fiets in de 15e eeuw te hebben uitgevonden. In een schetsboek van Da Vinci trof men in 1960 in de kaft een krabbeltje aan van een fiets aan met gewone wielen, trappers en een fietsketting. Wat ontbreekt zijn een stang,een bel en snelbinders en derhalve wordt buiten Italië aan de echtheid van betreffende schets van de vermaarde uitvinder getwijfeld.
De  fiets was aan het einde van de 19e eeuw overal in opkomst. In 1895 snorde een zekere Marie Corre op een fiets van aluminium door heel Frankrijk. Dat motiveerde de sportkrant L’Auto-Velo in 1903 tot een publiciteitsstunt, een fietstocht door heel Frankrijk.  Het stuntje was nodig als PR actie tegen de toen al iets langer bestaande sportkrant Le Velo.  Laatstgenoemde had met succes bij de rechter bezwaar gemaakt tegen de naam van zijn concurrent, L’Auto-Velo.  L’Auto-Velo moest Velo uit zijn naam schrappen en heette daarna L’Auto een bijzondere naam voor een fietskrant. Om de fietsliefhebber toch aan zich te binden  bedacht L’Auto de Tour de France. En met succes. Concurrent Le Velo ging een paar jaar later failliet. L’Auto werd pas in 1944 opgeheven omdat het collaboreerde met de Duitse bezetter. Maar ging In 1946 onvervaard verder onder de nieuwe naam L’Equipe. Die organiseerde in 1947 weer een Tour de France  op de fiets. L’Equipe en de toer bestaan nog steeds.

Voor de eerste toer in 1903 schreven zich 15 fietsers in. Door het prijzengeld te verhogen werden dat er 60. Een automonteur, een zekere Maurice Garin won de eerste toer met drie uur voorsprong op alle andere wielrenners. In 1904 leek Garin weer zulke goeie benen te hebben. Maar toen bleek dat hij  een heel stuk  van het parcours met de trein had afgelegd volgde diskwalificatie. Ook ging het gerucht dat zijn eerdere succes te danken was geweest aan de Franse spoorwegen. Vals fietsgedrag zit al sinds zijn eerste editie in de genen van de Tour de France.
De echte Tour de France, de wandeltocht door Frankrijk, had en heeft daar weinig last van. Deze wordt sinds de Middeleeuwen georganiseerd door de  Compagnons du Tour de France. De compagnons zijn een Frans gilde van ambachtslieden. De aspirant-gezellen rondden hun opleiding  af met een stage van een aantal jaren overal in Frankrijk. Tijdens deze originele Tour de France bivakkeren zij bij ambachtslieden die uit hun eigen streek, hun eigen pays, afkomstig zijn. De toer zit vol rituelen. Gezamenlijke maaltijden, dasje, jasje, in de loge van hun gilde. Na het diner knutselen aan een lastige maquette, het meesterstuk waarmee de aspirant uiteindelijk Compagnon du Devoir kan worden.De gezel heeft een sjerp en een bijzondere wandelstok en de compagnons spreken deels in geheimtaal, want in de middeleeuwen zat de inquisitie de wandelende ambachtslieden strak op de hielen. De Compagnons du Devoir bestaat nog steeds als een  maatschappelijk betrokken vakvereniging actief in heel Frankrijk en is nog steeds heel reislustig. De vakbekwaamheid van de compagnons is ook tijdens de per fiets gereden Tour de France te zien aan opvallend vreemd gedraaide  kerktorens.
Een pendant van de wandelende compagnons waren de Duitse Wandergesellen. In hun Wanderjahre trokken jonge Duitse timmermannen net als de Franse gezellen van de Compagnons du Devoir na hun schooltijd een jaar of vijf  de wijde wereld in om praktische ervaring op te doen.
In Duitsland is dit fenomeen nog steeds bekend als Wanderschaft, Walz, Tippelei en Gesellenwanderung. En de Duitser mag nog steeds graag met flaphoed,  wijde bioscoopbroek, knapzak en wandelstok de wereld verkennen. Daarbij speelt vooral heimwee naar de tijd dat folklore nog modern was een belangrijke rol. Een nieuwigheidje is wel de aanwezigheid van mede wandelende dames. Ja de tijden veranderen ook in Duitsland
Duitsland telt tegenwoordig ruim 500 geregistreerde tippelantjes die na hun studie in georganiseerd verband de benen strekken. En met succes, want sinds 2015 doen ze dat onder de paraplu van de UNESCO. Wanderschaft, Walz, Tippelei en Gesellenwanderung worden sindsdien erkend als een immaterieel cultureel erfgoed.
En daar kunnen onze Vierdaagse en de Tour de France nog een puntje aan zuigen.  

HEMELTJELIEF

Ook in de Zuid Franse Perigord staat dit jaar de Jour de l’Ascension, Hemelvaartsdag op de agenda.  Een dag die menige natuurfilosoof altijd al heeft weten te fascineren.  Reeds in mijn vroege jeugd mocht ik op die dag graag het liedboek Wie Zingt Mee openslaan. Op zoek naar de machtige eerste strofe die verhaalt van ‘een lichte wolkenwagen’ waarmede dan ‘de Heer van d’aard wordt gedragen’. Maar waar, zo vroeg ik mij als onnozel knaapje al af, ging Hij op die dag in hemelsnaam naartoe?

Nadere bestudering van de Heilige Schrift bracht zelfs op de Zondagsschool de oplossing van dit raadsel niet dichterbij. En dat is niet zo verwonderlijk, want al langer blinkt het Boek der Boeken niet uit in exacte data. Zo lijkt de hoofdpersoon zelf drie jaar voor zichzelf geboren te zijn. En wel op 15 oktober van het jaar min drie voor Christus, een moment dat  alle kerstbomen keurig in het bos op de feestdagen staan te wachten.

Gelukkig biedt de Bijbel een oplossing voor dergelijke ontoereikende datasets. Veel Goddelijke feestdagen zwabberen mee met de standen van de maan. Zo ook bij de Islam. De Islam, het Palestijnse zusje van het geloof der vaderen, doet ook aan hemelvaart. Mohammed, de Geprezene,  had daartoe de beschikking over een Buraq, een dier met het gezicht van een vrouw, deels adelaar en deels paard.

Deze Buraq vliegt nog steeds en nu zelfs dagelijks vanuit Tripoli. Maar niet langer als omgebouwd paard maar als vliegmachine van Buraq Air.

Voor wat dat betreft was het voor onze jonge, postuum gezalfde, op Hemelvaartsdag enigszins behelpen met een  lichte wolkenwagen, op weg naar één van de drie christelijke hemelen ergens boven ons hoofd. Maar waar is eigenlijk boven? Onze planeet  draait met een snelheid van 1600 km per uur vrolijk rond zijn as. Tegelijkertijd tollen we met een snelheid van 107.000 km per uur rond onze eigen  zon. En die rollebolt weer met een snelheid van 800.000 km per uur rond het zogenaamde Kleine Lokale Cluster. Dat Cluster weet evenwel ook van aanpakken en draait op zijn beurt met een snelheid van 2,2 miljoen kilometer per uur rond het zogenaamde Grote Lokale Supercluster.

En dan ben je nog niet waar je wilt wezen, want ons zonnestelsel dijt ook nog eens uit met een snelheid van 1.328.000 kilometer per uur. Je moet derhalve wel vast ter been zijn om vast te kunnen stellen waar nu precies boven of beneden is.

Ook een wolkenwagen moet er flink aan trekken om dit aardse tranendal  te verruilen voor de hemel.  Er is een snelheid van minstens  8 kilometer per seconde nodig om op weg naar de oneindigheid in een geostationaire baan om de aarde te belanden. Maar waarschijnlijk ligt de hemel iets verder dan 100 kilometer boven ons. Om echt van de aarde los te komen is een snelheid van 11,2 kilometer per seconde nodig.

Dus,  passeert ons op Hemelvaarts-dag een lichte wolkenwagen met een snelheid van 43.560 kilometer per uur, dan weerklinkt dit jaar ook in de Perigord het loflied op de lichte Wolkenwagen. Alhier uiteraard in het Frans: Sur un chariot de nuage légure, le Seigneur est pris par la nature…

NATIONALE TROTS

Het Wilhelmus is zo heilig is dat het volgens sommige politici door onze schooljeugd  staande dient te worden gezongen.

Het zou het oudste volkslied ter wereld zijn en het handelt over het gemoedsleven van Willem de Zwijger. Een Duitser, die zoals zoveel Duitsers van stand in de 16e eeuw gaarne grossierde in titels. Hij was zelfbenoemd graaf en prins tegelijk van de landgoederen die hij bezat. Hij was streng Lutheraans opgevoed maar ambieerde desalniettemin een baantje aan het Rooms katholieke Spaanse hof als chef Nederland. Dat was, toen een Spaans wingewest in het drassige noordwesten van Europa. Hij werd ontslagen omdat hij niet hard genoeg wilde optreden tegen al die Hollandse heikneuters, geuzen, die net als Willem gereformeerd waren en die geen belasting wilden betalen en dat zeker niet aan de Paus. Willem ging in verzet, maar bleef, naar spreekt uit de tekst van Het Wilhelmus kool en geit sparen.

Het spagaat waarin hij daardoor belandde werd door een Vlaamse geloofsgenoot, de gereformeerde predikant en tekstschrijver Petrus Dathenus breedvoerig verwoord in Het, wat heet, zijn Wilhelmus. De predikant wiens zwaarwichtige psalmen nu nog in sommige oud-gereformeerde kerken in Zeeland worden gezongen, liet zich hierbij inspireren door een spotlied dat eerder Lodewijk I van Bourbon-Condé trof. Lodewijk was net als Willem als hugenoot in verzet geraakt met de Roomse wereld en poogde in 1568 tevergeefs om de stad Chartres te veroveren op de papen. Dat mislukte faliekant en leidde tot de oerversie van ons Wilhelmus getiteld ‘De dwaze prins van Condé’.  

Het duurde daarna  nog ruim 300 jaar voordat Koningin Wilhelmina de  christelijke lofzang op haar achteroom opwaardeerde tot onze nationale hymne. Voor Nederland was Willem van Oranje de ’vader des vaderlands’, Voor de familie van Oranje was hij genealogisch gesproken niet de oervader maar slechts een oeroom van de familie aan wie zij hun vorstelijke status en een riant inkomen te danken hebben. Het is vanuit die achtergrond heel treffend, dat Het Wilhelmus begon als een spotliedje.

Het eerste échte’ Nederlandse volkslied, het Wien Neêrlands bloed door d’ad’ren vloeit, werd in 1817 ingesteld door Willem I, die  zichzelf in 1815 had uitgeroepen tot koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en hertog van Luxemburg. Het was een nationalistisch lied van de dichter Hendrik Tollens in de geest van de toenmalige Romantiek en net als alle volksiederen uit die tijd  niet gespeend van chauvinisme en strijdlust.

Wien Neêrlandsch bloed door d’ad’ren vloeit, Wien ’t hart klopt fier en vrij,  Wie voor zijn volk van liefde gloeit. Verheff’ den zang als wij! Hij roem’ met allen, welgezind, Den onverbreekb’ren band, Die Neêrland en Oranje bindt: Vorstin en Vaderland.

Het nummer viel in de afgelopen 200 jaar geleden  niet overal even goed. Zo werd ‘van vreemde smetten vrij’ in 1911 in de bundel Kun je nog zingen vervangen door :’Wien ’t hart klopt fier en vrij’.

Het galmde  overigens niet over het slachtveld in de enige oorlog die Nederland ooit in Europa voerde, Dat was de tiendaagse veldtocht tegen de Belgen in 1831. Het Wien Neêrlands bloed was ongeschikt als strijdlied, want die veldtocht was een  interne aangelegenheid. De studentenweerbaarheid, die toen dapper ten strijde trok, zong als alternatief wel uit volle borst:

En eens dan komt de dag  Waarop wij allen wachten,Dan gaan wij naar de grens, Om Belzen af te slachten. Dan schiet het zevenvelds, Met welgemikte schoten, Dat godvergeten tuig, Kartetsen voor de kloten. De mannen rukken wij, De lullen van de lijven, En ’s avonds in ’t kwartier, Schofferen wij de wijven.

De oorlog werd desalniettemin al na tien dagen afgeblazen. De rest van Europa had geen zin in Nederlands gekrakeel en België werd een zelfstandig land. 

Dankzij koningin Wilhelmina werd Wien Neêrlands bloed in 1932 vervangen door het Wilhelmus. En dat is ondanks, of wellicht juist dankzij de volstrekt zinloze tekst een meedogenloos goed volkslied. Het staat geheel buiten de werkelijkheid en is daarmee zo weinigzeggend, dat je er blij mee mag zijn. Anders dan in Duitsland of Canada is het genderneutraal, en kan dus door  liefhebbers van alle tinten en gezindten uit volle borst worden meegezongen.

Vanuit het perspectief van brave nutteloosheid moet het evenwel zijn meerdere erkennen in het Spaanse volkslied. Dat rept met geen enkel woord over de Spaanse heldendaden ooit begaan in de Noordelijke Nederlanden en het spagaat van onze Willem de Zwijger. Sterker nog La Marcha Real dat dateert  van 1770 kent tot verdriet van Spaanse voetballiefhebbers en andere  nationalisten in het geheel  geen tekst.

De vaderlandlievende Spanjool moet het dus doen met gebarentaal en onsamenhangend gejoel.

 

GEWEEN EN TANDGEKNARS

In deze eeuw is de aarde al meer dan tien keer vergaan, althans als  een hele serie sombere sterrenwichelaars hun zin had gekregen.

De primeur komt toe aan de redactie van De Wachttoren, het sufferdje van de Jehova getuigen, dat al in 1998 met breaking news kwam: het  duizendjarige koninkrijk van de Here stond met het nieuwe millennium op uitbarsten. Goed gelovige joden, christenen en muzelmannen wachtte in het jaar 2000 een enkele reis richting paradijs. De non-Jehova getuige zou het op de dag des oordeels voor zijn kiezen krijgen. Hij zou dan, aldus Openbaring 20:11, naar de ‘buitenste duisternis’ verbannen worden. Daar wachtte hem de hel waar het bepaald geen pretje is, want er heerst, aldus de profeet Johannes eeuwig ‘geween en tandengeknars’.

Ook gedigitaliseerde gelovigen stond in 2000 een doomsday te wachten.  De hel op aarde, want ook hun pc zou precies bij de aanvang van de nieuwe eeuw  geveld worden door de millennium bug. Einde facebook, einde aarde. Daar was aan te ontkomen met een digitale aflaat, een computerprogrammaatje waarmee je trouwe tekstverwerker na een zekere betaling ongeschonden de nieuwe eeuw zou bereiken. Gelukkig bleek je ook zonder te kunnen.  

Dat geluk was ook voor de heer Heinrich van Geene uit Puttershoek weggelegd.  Heinrich was er heilig van overtuigd dat de Schepper de wereld pas in oktober 2001 zou vernietigen. Alleen hijzelf en zijn Efraïm-sekte zouden gespaard blijven.

Van Geene en zijn tientallen volgelingen vestigden zich in deze container op een industrieterrein in Heinenoord in afwachting van het Einde der Tijden. Die zou zich, aldus de profeet uit Puttershoek, manifesteren als een gigantische lichtflits waardoor je verblind wordt. Dan een hittegolf zo heet dat alles wegsmelt. Bij hen die niet worden gered zal hun vlees wegsmelten, hun ogen zullen uit hun kassen smelten en hun tong uit hun mond.’  Niet prettig, maar het feest ging niet door. De wereld bleef bestaan, maar de sekte van de goeroe  viel daarentegen  bij gebrek aan rampspoed wel uiteen.

In 2002 kreeg de Puttershoeker steun van niemand minder dan Frans Rutten, ooit de grote baas van het Ministerie van Economische Zaken en oud-hoogleraar Economie. Op 11 april zou de antichrist de macht in het Vaticaan overnemen, aldus Frans. Het kon overigens ook 2005 of 2010 worden. Het is onduidelijk of Frans Rutten hiermee duidde op Joseph Aloisius Ratzinger, die in 2005 als Benedictus XVI de macht in het Vaticaan overnam. We zullen het nimmer weten want Frans Rutten is inmiddels in het hiernamaals aangeland, en Ratzinger, ooit gevreesd  als  ‘de  rottweiler van God’ was zeker geen antichrist.

Ook de Amerikaanse  radio-omroeper Harold Camping uit Oakland , California, bood, qua armageddon een keuzemenu. De wereld zou vergaan op 21 mei dan wel 21 oktober 2011. God zou drie procent van de mensen meenemen naar de hemel. De rest wachtte een vijf maanden durende hel op aarde, met een hevige vuurzee, zwavelstromen en het uitbreken van grote plagen waardoor dagelijks miljoenen mensen beschikbaar kwamen voor wat de Engelsen zo treffend omschrijven als  pushing up the daisies.

2012 stond  qua einde der tijden in het teken van  de Maya’s. Een rekenfoutje in de beroemde Mayakalender zorgde er voor dat het op 28 oktober 2011, dan wel 21 of 23  december 2012 zo ver zou zijn: einde aarde. Het klusje zou worden geklaard door een komeet met rugnummer C/2010 X1 die in  december 2010 werd ontdekt door de Russische amateurastronoom Leonid Elenin. Helaas  kwam Elenin, althans de inmiddels naar hem genoemde komeet, te dicht bij de zon en verdween spoorloos in het heelal..

De meest recente ondergang van de aarde die niet door ging dateert van 23 september van dit jaar. Op basis van cijfers uit de bijbel berekende de Bijbelse boekhouder David Meade dat 33 dagen na de zonsverduistering van 21 augustus het einde der tijden op aarde zou aanbreken.

De boosdoener zou de planeet Nibiru zijn, een zogenaamde bruine dwerg,, die onze planeet op 23 september van dit jaar midscheeps zou raken.  De klap bleef uit en dat is niet vreemd, want er bestaat geen planeet van die naam.

Voor de liefhebbers van  de armageddon, die niet het geduld kunnen opbrengen om te wachten op de big chill, dan wel de big heat van het broeikaseffect, wordt het tijd dat zich een betrouwbare onheilsprofeet aandient. Iemand die echt weet wat er aan de hand is op dit ondermaanse. En gelukkig is die nieuwe wetenschappelijk onderbouwde halfgod al lang geleden opgestaan. We hebben het over de meest beroemde Engelse wetenschapper ooit, Sir Isaac Newton. Isaac werd onsterfelijk  door het ontdekken van de zwaartekracht en  het kattenluikje. In 1704  berekende  hij aan de hand van de bijbel  dat er tussen de kroning van Karel de Grote tot keizer van de westerse wereld in 800 en het einde der tijden precies 1.260 jaar zullen verstrijken.

Het wordt dus voor de hardnekkige  liefhebber van het einde der tijden 2060. Daar kan je vergif op innemen.

VROOM POOTJEBADEN

Tweehonderd jaar nadat de westerse vrouw voor het eerst pontificaal in open zee te water ging, is nu de muzelvrouw aan de beurt. En dat gaat niet ongemerkt, want de moslima geeft zich niet graag bloot en kiest aan de Europese kusten voor een vroom zwempak, een burkini, een opvallend ruime bikini die de vrouwelijke contouren geheel onttrekt aan spiedende mannenogen.

Voor de gelovige zwemster lijkt het, naar spreekt uit krantenartikelen, een bevrijdende sprong voorwaarts te zijn, uit de greep van de heren van de Islam die ouderwets zuinig zijn op hun dames. Streng gelovigen van alle gezindten zien in het nieuwe vrome pootjebaden dan ook grote gevaren voor zowel de Oosterse als de Westerse beschaving.

Vorig jaar werd het dragen van dit bovenmaatse model badpak in een aantal Zuid Franse badplaatsen verboden. Zulks niettegenstaande de Conseil d’ Etat die lokale burkini-verboden verwierp als ‘een ernstige, en duidelijk illegale schending van fundamentele vrijheden, de vrijheid van religie en individuele vrijheden’. Dit verbod van de Franse Raad van State vond vorig jaar minder gehoor bij de recalcitrante badplaatsen, dan bij onze toenmalige Minister van Integratie, Lodewijk Asscher. Onze vicepremier wilde kwijt dat het hem ‘niet prettig leek om ermee in de zee te zwemmen…maar als je zelf op een rare manier te water wilt gaan, kan de overheid dat niet zomaar verbieden’.

In Frankrijk dus wel. Een aantal badplaatsen handhaaft ook dit jaar l’interdiction du burkini, zij het nu iets subtieler. Dat bleek bij het filmfestival van Cannes. Daar werden in april zeven moslima’s speciaal uit Parijs ingevlogen voor een demonstratie. De bedoeling was dat ze in hun nieuwe burkini ten overstaan van de wereldpers zouden gaan pootjebaden. Maar ze werden ingerekend voordat ze hun snode plan ten uitvoer hadden kunnen brengen. Rachid Nekkaz, een Parijse makelaar van Algerijnse afkomst, die naast andere pro-Allah evenementen ook dit zwemtochtje financierde, hangt nu een boete van 7500 euro en zes maanden cel boven het hoofd aangezien het verboden was om tijdens het festival van Cannes demonstraties te houden. De meisjes kwamen er vanaf met een reprimande.

Na Cannes werd de burkini ook tijdens de hittegolf die Marianne dit jaar in juni trof, op veel plaatsen in het Franse binnenland verboden. En dat lot trof niet alleen de burkini, maar ook de monokini. Beide kledingstukken die mannen tot driest gedrag kunnen brengen. Te veel kleding is niet goed en te weinig mag ook niet en dat haalt de willekeur uit het aanvankelijke verbod.

Daarmee is het voor de gelovige moslima, die graag gekleed te water gaat, een stuk lastiger geworden om legaal het ruime sop te kiezen. Lastiger dan 200 jaar geleden, toen hun christelijke zusters in noordelijke badplaatsen voor het eerst pontificaal te water gingen. Welgestelde en tevens zwemlustige dames en heren werden toen aan de stranden van de Noordzee vanaf badpaviljoens in badkoetsjes achteruit de zee in gereden, zodat ze, al dan niet ontbloot, aan de keerzijde van het koetsje de golven konden beproeven. Een paraplu aan het koetsje bood extra bescherming tegen geile blikken van de heren die gezeten op de blanke top der duinen met een verrekijker op hun manier van de zwempret genoten. En dat dan reeds om 6 uur in de ochtend, want hoe krachtiger de golfslag des te werkzamer het zeebad. En dat was naar men aannam vroeg in de ochtend. De badkoetsjes werden dan ook al vanaf het ochtendgloren de zee ingereden of gedragen. Ja, de zee en het zeewater werden als uiterst gezond ervaren, ook als medicijn tegen allerlei klachten, zoals een opgeblazen gevoel na een al te hevige maaltijd. Dat kotste je er zo uit na een slok zeewater.

Vlak na de Eerste Wereldoorlog kostte een zeebad bij de Domburgsche Zeebadinrichting twee kwartjes. Bij de prijs was een koetsje, een handdoek en een badkostuum inbegrepen. De maximum tijd voor het nemen van een bad bedroeg drie kwartier, inclusief het omkleden, maar meestal hield de zwemlustige het al na acht minuten voor gezien. Een georganiseerde duik in zee was door het prijsplaatje alleen weggelegd voor de welgestelden. Maar die gingen dan wel te water aan de hand van een badmeester. Want de zwemkunst kende nog vele geheimen.

Aanvankelijk was dat naakt. Maar al spoedig werd er in volledig stadstenue in zee gepoedeld. Na 1850 was een colbertje met daaronder voor de dames een bolle bloomerbroek in de mode, mits daaroverheen een wijde rok met lood in de zomen tegen het opbollen werd gedragen en kousen met rijglaarsjes. De badpakken van de heren leken op donker ondergoed, met lange pijpen en lange mouwen. Ze waren gemaakt van zware wol of flanel, opdat de mannelijke trots onzichtbaar bleef. Eenmaal nat woog het badpak al gauw 10 kilo. Het zeebad was daarmee een vermoeiende vorm van ontspannen. Maar nieuwe tijden gloorden en er werd in de afgelopen eeuw veel geëxperimenteerd met nieuwe materialen, zelfs met hout.

De echte doorbraak kwam in 1946, toen de naaktdanseres Michelins Bernardini als eerste in een zwembad te Parijs een tweedelig badpak, de bikini showde. Ze bleek een navel te hebben en dat schokte de wereld. Het danseresje kreeg tienduizenden brieven van fans en het Vaticaan stond op zijn kop. Spanje, Portugal en Italië sloten de grenzen voor het pikante twinsetje. Het dragen ervan werd als een ‘hersenloze daad’ bestempeld. Immoreel, een volledig blote buik. Het badpak werd op de markt gezet als bikini, omdat het net als de atoombommen die op de Bikini-eilanden werden uitgeprobeerd, moest inslaan als een ‘anatomische bom’. Dat lukte, want dankzij de ophef en de religieuze lobby durfde Hollywood het pas in 1965 aan om dames met navel, buik en bikini in films te vertonen.

Erg origineel was dat overigens niet. Al in de vierde eeuw na Christus mochten de dames op Sicilië graag een bikini dragen. Het bewijs daarvan zijn mozaïeken met vrouwen in bikini in een laat-Romeinse villa bij Piazza Armerina. Ze staan op de werelderfgoedlijst van de Unesco.

Wel nieuw is de microkini, een kledingstuk dat voornamelijk bestaat uit enige  reetveters,

Op het eerste gezicht wellicht iets te luchtig voor de nu schuchter in het zeewater emanciperende vriendinnen van de profeet.

 

 

NATTIGHEID

In het voorjaar van 1939 verdween de enige originele Renault FT-17 die het Nederlandse leger ooit rijk was jammerlijk in de modder van een ondergelopen weiland bij Leusden. De Renault  in kwestie was dé tank van de Eerste Wereldoorlog en de enige tank die ons land in 1939 bezat.  Nederland was sinds 1927 de gelukkige eigenaar van dit populaire Franse strijdwagentje waarin een bestuurder en een kanonnier, achter elkaar gezeten de vijand te lijf konden gaan. In 1940 hadden we er wel een aantal van in bestelling, maar die waren helaas niet op tijd beschikbaar toen we ze in mei 1940 goed konden gebruiken.. Datzelfde gold voor wapenleveranties die maar niet los wilden komen van de Duitse oorlogsfirma Krupp.

Renault prees zijn strijdlustige  paradepaardje aan als een ‘Automitrailleuse a chenilles’, een machinegeweer op rupsbanden. De letters FT stonden voor ‘Force de Terre’, want het was zeker geen vliegtuig en 1917 was het bouwjaar. In 1940 jakkerden er nog tegen de 3000 oude FT17’s op hun gemakje door Europa. Nooit sneller dan 8 kilometer per uur, want het dappere bejaarde krijgskarretje was geen wegpiraat. En naar bleek bij proefnemingen in de Hollandse Waterlinie bij Leusden, ook geen waterrat.

De proefneming bij Leusden was onderdeel van een conflict tussen de Generale Staf van ons land en Adriaan Quirinus Hendrik Dijxhoorn, de Minister van Defensie. De Minister was aanzienlijk minder beducht voor de Duitsers dan  generaal Izaäk Herman Reijnders, de chef van het Nederlandse leger en stak dat niet onder stoelen of banken. Volgens sommigen leek het net of er een bemoeizuchtige schoonmoeder  het Departement van Defensie runde. 

Zo wilde de generale staf bijvoorbeeld enige boomgaarden die bij de Grebbeberg te Wageningen  het schootsveld belemmerden, opruimen. Maar dat mocht niet van de Minister in verband met te hoge schadevergoedingen.  Laat staan dat de wens van  generaal  Reijnders om twee en niet één van de acht waterlinies die ons land rijk was, in te zetten om de Duisters tegen te houden. Anders dan de regering had generaal Reijnders al vroeg helder in de gaten hoe de Duitsers ons land zouden gaan binnenvallen. Pas na de oorlog kreeg hij daarvoor enige erkenning.

Minister-president De Geer rondde het conflict dat zijn minister van Defensie met de Generale Staf had op,   door generaal Reijnders te ontslaan en in zijn plaats Henri Gerard Winkelman, een pensionado, tot legerleider te benoemen,  Genoemde Winkelman deelde de opvatting van zijn  voorganger, dat het Nederlandse leger in 1940 niet echt paraat was en illustreerde dit door zelf in de nacht van 10 mei tijdens de Duitse inval op zijn gemakje thuis in Wassenaar te overnachten.

Het Algemeen Hoofdkwartier in Den Haag was gesloten en de opperbevelhebber werd, naar Wikipedia  meldt,  pas vroeg in de ochtend geïnformeerd over de Duitse inval. Winkelman vertrok, aldus Wikipedia,  onder gevaarlijke omstandigheden naar Den Haag.

Al in 1939 was de vraag  of de Hollandse Waterlinie voldoende afweer zou bieden tegen de expansiedrang van Hitler-Duitsland door de regering positief beantwoord. 

Om dat te bewijzen werd onze  Renault FT-17 in 1939 als stand in voor de Nazi’s ingezet bij een pseudo aanval op een ondergelopen stukje Waterlinie  bij Leusden.

En ja hoor, het dappere tankje ging meteen kopje onder in de blubber. De Waterlinie, die normaal gesproken circa 40 centimeter diep is, werd ter plaatste doorkruist door een, door modder, aan het zicht onttrokken boerensloot. Deze werd ons krijgszuchtige  Renaultje fataal. Het leger moest er aan te pas komen om de Franse innovatie uit 1917 met vereende krachten weer op het droge te krijgen.  

Opluchting bij de regering:  de  Waterlinie was voldoende om de Duitser een lesje te leren. En om de bevolking gerust te stellen werd dat meteen in een breed publiciteitsoffensief rondgebazuind.  ‘Dat de vijand door zulk een inundatie niet kan doorkomen. Het is één pappige, weke brei waarin vooral alles wat zwaar is wegzinkt en blijft steken’, aldus de regering in 1939.

Ook de pers was, naar spreekt uit bovenstaand citaat uit de  Vlissinger Courant, zeer onder de indruk. De krant opende dit artikel met de kop ‘De Waterlinie, een oude sterkte die altijd modern blijft, de beste waarborg voor onzen vrede’. En dat ondanks het feit dat het grootste deel van de vestingwerken die hoorden bij de Hollandse Waterline al in 1926 waren afgebroken. De Grebbeberg, zelf onderdeel van de Hollandse Waterlinie was dat lot bespaard en bleef door zijn natuurlijke ligging strategisch gesproken nog wel een dingetje. Maar veel viel er niet te verdedigen, want de Duitsers trokken zich, anders dan de  Renault FT-17 weinig aan van ondergelopen polders. Zonder tanks werd het Nederlandse leger bij de Grebbeberg niet in drie maanden, maar in vier dagen onder de voet gelopen. En dat lag volgens oorlog chroniqueur Lou de Jong  aan de legerleiding en  niet  aan de wapenuitrusting en de kwaliteit van de betrokken infanteristen. Die was zowel aan Duitse als aan Hollandse kant voor verbetering vatbaar. 

Onze Renault FT-17 is dit alles bespaard gebleven. Het tankje werd al in 1939 na zijn onfortuinlijke duik in de sloot bij Leusden naar de Ripperdakazerne in Haarlem vervoerd om op te drogen en weer krijgsklaar te worden gemaakt. In 1940  stond hij bij de slag om de Grebbeberg nog steeds in de werkplaats. 

Na de oorlog bleek onze ‘Automitrailleuse a chenilles’  geheel spoorloos te zijn.  Hij is waarschijnlijk als schroot verwerkt in de Duitse krijgsindustrie.

 

VLOOI DER PRAMMEN

De maagd van Orleans, ook wel bekend als Jeanne d’Arc , was geen blijvertje. Als herderinnetje werd ze tijdens de 100 jarige oorlog – die 116 jaar duurde- door God geroepen om Franse krijgsheren die ook in Engeland grond bezaten, te bestrijden. Jeanne was toen 17 jaar. Volgens de overlevering trok ze meteen in 1429 en 1430 met succes ten strijde. Daarna had ze pech, want ze viel bij geen van de betrokken zelfbenoemde vorstenhuizen in de smaak. De kerk werd ingeschakeld om haar op haar negentiende te veroordelen als heks, waarna ze op de brandstapel en niet in het harnas aan haar einde kwam.
In 1456 kwam paus Calixtus III  op andere gedachten. Jeanne werd met terugwerkende kracht bevorderd tot martelares. In 1920 promoveerde ze uiteindelijk tot heilige. En dat is te begrijpen, want 500 jaar na datum spreekt de maagd uit Orleans nog steeds tot de verbeelding. De Franse schrijvers Anatole France en Pierre Larousse van het Franse naslagwerk, roemden haar honderd jaar geleden als socialiste avant la lettre. En in 1920 werd 8 mei uitgeroepen tot nationale Franse feestdag ter ere van het te vroeg overleden herderinnetje, een moment waarop  Franse presidenten in het eerste jaar na hun verkiezing een bezoek aan Orleans brengen ter ere van Jeanne. Mondiaal staat ze pal na de maagd Maria, op de tweede plaats van de lijst van beroemdste feministen aller tijden.

Ook maarschalk Petain, die met de Duitsers collaboreerde in de Tweede Wereldoorlog, haalde Jeanne van stal als symbool van de strijd tegen de verfoeilijke Engelsen. En in het voetspoor van Petain volgde het Front National van de familie Le Pen. Vader Le Pen hoopte met Jeanne in het gevlij te geraken bij de  katholieken. Dochter Marine gebruikt Jeanne als symbool van haar strijd tegen de Europese Unie.

Zulks in 2012 in concurrentie  met president Nicolas Sarkozy die toen met veel bombarie de 600ste geboortedag van de beroemdste maagd van Frankrijk vierde.

Dit alles roept de vraag op: was Jeanne wel een maagd en was het wel een vrouw die in manskleding enige keren met succes ten strijde trok tegen de Engels gezinde krijgsheren die met hun Europese collegae aan landjepik deden?

Volgens de Franse historicus François Ruggieri was Jeanne in werkelijkheid een man: Philip van Orleans. Zij of beter hij zou een bastaard zijn, een illegale halfbroer van Karel de zevende. Het resultaat van een affaire van diens moeder met een oom.

Hoe het precies zat is onduidelijk. Bastaarden hebben zelden een geboorteacte. Zo ook niet Jeanne d’Arc. Wel zijn er bronnen die melden dat Jeanne d ‘Arc, of wie zal het zeggen, Philippe d’Orléans, elke avond aan zijn troepen de opdracht gaf om te zorgen voor jonge meisjes … ‘pour lui tenir chaud lorsqu’il se couchait…’ Waarmee niets definitiefs is gezegd over de sekse, dan wel de seksuele geaardheid van de maagd van Orleans.

Het begrip ‘maagd’, moet overigens in het Franse ruim geïnterpreteerd. Zo kent de Franse republiek sinds de Franse revolutie Marianne, de maagd van Frankrijk, die de triomf van de republiek, de Vrijheid en de Rede symboliseert. Het instituut bestaat nog steeds. Regelmatig tref je een nieuwe Marianne op postzegels aan. In 1970 was  Brigitte Bardot de eerste Marianne nieuwe stijl. Of Brigitte toen nog maagd was, mag betwijfeld worden. Ze was wel een seksbom van klasse en zag er waarschijnlijk wulpser uit dan Jeanne d ‘Arc. De laatste wordt in oude geschriften vooral opgevoerd als een manwijf. Waarschijnlijk was Jeanne niet voor de volle honderd procent maagd. Datzelfde geldt ook voor de kans dat ze zonder enige militaire training een succesvol legerleidster was. Jeanne had als herderinnetje volgens sommige moderne historici veel te weinig in huis om zich op het slagveld en bij de nazit met de triomferende roofridders met succes te kunnen manifesteren.

In de Franse pers schrijft vooral de links getinte Liberation daar kritisch over. De vermeende heks die op 30 mei 1431 levend werd verbrand op de Place du Vieux Marché van Rouen, was, naar te lezen valt in die krant, waarschijnlijk een stand in, die voor het tribunaal mocht toegeven dat God haar had ingefluisterd dat ze Frankrijk moest behoeden voor het Engelse kwaad. Dat leidde bij de kerk tot de beschuldiging dat ze een afvallige leugenares was, een ketter en godslasteraar. Nergens in de Bijbel is immers iets terug te vinden van een aparte verlosser voor Frankrijk. En van een beetje door God gezondene worden bovendien wonderen en mirakels verwacht. Jeanne scoorde daarin niet hoog.

Volgens de Liberation was het een showproces, want waarom werd de aangeklaagde niet zoals gebruikelijk gemarteld ter ondersteuning van een bekentenis? De Liberation denkt dat dat onderdeel van de deal was met de stand in, waarbij zou zijn  toegezegd dat ze, zoals gebruikelijk bij  een vrijwillige bekentenis, zou worden vrijgelaten

Jeanne gaf inderdaad voor de kerkelijke rechtbank na 54 zittingen schoorvoetend toe dat ze een heks was, maar werd toch niet vrijgelaten. Op 31 mei 1431 werd ze onder veel protest een vlooi der prammen op een brandstapel te Rouen. Het zal altijd een raadsel blijven. of dat dezelfde persoon was, die drie jaar daarvoor de Anglofiele krijgsheren een poepje had laten ruiken.

Door deze gang van zaken werd Jeannne d’Arc  de meest iconische Française aller tijden en de beroemdste maagd van Frankrijk en speelt ze bij de komende Franse presidentsverkiezingen op de achtergrond nog steeds een voorname, symbolische rol.

 

De Encyclopedie van Nutteloze Feiten op internet