Buikhuisen

buikhuisenRond 1980 wilde de Leidse hoogleraar criminologie Wouter Buikhuisen (mede bekend van het woord ‘provo’) onderzoeken in hoeverre criminaliteit een biologische oorsprong had. In die tijd had de Nederlandse intelligentsia erg veel last van vooroordelen en dus schreef de wiskundige en — eerlijk is eerlijk — taalvirtuoos Hugo Brandt Corstius (vader van Aaf en Jelle) vijftien columns in Vrij Nederland tegen Buikhuisen, gebundeld in het boekje De Buikhuisense Oorlogen. Brandt Corstius noemde Buikhuisen kaal en impotent, ‘een windvaan die met welgemikte tomaten dolgedraaid moet worden’ en ‘het verzamelpunt van het Nederlands fascisme’. Ook de VPRO-televisie nagelde Buikhuisen aan het kruis. De Leidse universiteit verdedigde haar hoogleraar niet, de KNAW zweeg, geen enkele collega nam het voor Buikhuisen op. In de Volkskrant van 20 april 1978 suggereerde criminoloog Herman Bianchi dat Buikhuisen gestoord was en zijn hersenen onderzocht zouden moeten worden. Een andere criminoloog, Manuel Kneepkens, schreef in De Nieuwe Linie dat Buikhuisen tot ‘op het bot bestreden dient te worden’. De hoogleraar in kwestie nam in 1988 ontslag bij de universiteit van Leiden, begon eerst een antiekwinkel in Wassenaar en emigreerde later naar Spanje. Achteraf was het een voorbeeld van wat in die tijd een ‘Berufsverbot’ werd genoemd. Buikhuisen wilde slechts iets onderzoeken maar dat alleen al was in die tijd politiek incorrect. Later hebben tal van Nederlandse wetenschappers het onderzoek uitgevoerd dat Buikhuisen onmogelijk werd gemaakt. Zo ontdekte in 1993 Han Brunner, een onderzoeker van de Nijmeegse Radboud Universiteit, het eerste gen dat zoals Buikhuisen had voorspeld, inderdaad bijdraagt aan gewelddadigheid. Van alle mensen die Buikhuisen beledigd en van de universiteit verjaagd hebben, heeft niemand excuus aangeboden.

 

De Encyclopedie van Nutteloze Feiten op internet