Tabak

tabakEens was het een rookoffer aan Manitoe, de grote geest van de Algonkin-indianen van Noord-Amerika. Vandaag de dag is het een vermaledijde gewoonte, waar nog steeds honderden miljoenen mensen van genieten. Verfoeid vanwege de gezondheidseffecten en geliefd vanwege het rustgevende effect van nicotine. Dat is het middel waarmee de tabaksplant zich tegen vraat door insecten verweert. Het heeft ook een heilzaam effect op de hersenen. De Franse ambassadeur Jean Nicot in Lissabon was de eerste die erop wees dat tabak een middel bevatte dat goed was tegen allerlei kwalen. Dat middel is later naar hem vernoemd. In 1612 schreef Robert Burton al een ode aan tabak als middel tegen depressie. Uit zijn The Anatomy of Melancholy: ‘Tabak — goddelijke, zeldzame, meer dan uitstekende tabak — die ons meer goed doet dan alle geneesmiddelen, het goudglinsterend bier en de stenen der wijzen bij elkaar: die vorstelijke remedie tegen alle kwalen.’ Tabak is net als Amerika door Columbus ‘ontdekt’. Volgens Gonzales Fernandez de Oviedo y Valdés die er in 1535 over berichtte, diende men te roken door de twee korte uiteinden van een Y-vormig instrument in de neus te steken en moest de rook van de tabaks bladeren worden opgesnoven tot de roker bewusteloos omviel. Aanvankelijk werd de indiaanse gewoonte in de Verenigde Staten en Europa als pruimen overgenomen. Zo werd rond 1860 bijna alle inheems geteelde tabak in de vs als pruimtabak geconsumeerd. Ook in Holland werd tot 1770 alom tabak geteeld, vooral rond Amersfoort. Alleen al in Utrecht waren in de achtiende eeuw meer dan 250 tabakstelers. De Hollandse tabak werd genekt door de opkomst van de sigaar. De Nederlandse tabaksbladeren waren dik en vet en leenden zich niet voor sigaren.

 

De Encyclopedie van Nutteloze Feiten op internet