Categorieën
blog

EREMETAAL

De gouden medailles die te winnen zijn bij de Olympische Spelen zijn van zilver en koper, opgeleukt met een dun laagje goud van 6 gram. In totaal weegt zo’n medaille 400 gram en heeft een schrootwaarde van ongeveer 200 Euro.

Desalniettemin is het een van de meest begeerlijke prijzen die op onze globe te winnen zijn. De moderne Olympische Spelen danken er zelfs hun ontstaan aan. Dat kwam doordat de puissant rijke Pierre de Frédy, beter bekend als baron de Coubertin, er zijn gehele vermogen voor over had om ooit een gouden plak te winnen.

Helaas was de baron niet echt een sportman, maar daar verzon hij iets op: hij verrijkte de geheel door hem gesponsorde Spelen van 1912 met een literatuurprijs. Het Olympisch Comité zag daar eigenlijk niets in, maar kon mecenas De Coubertin niets weigeren. De Coubertin benoemde zichzelf tot voorzitter  van de desbetreffende jury en bekroonde de enige inzending, een Ode aan de Sport, met een gouden plak. Een probleem was nog wel, dat het om een anoniem rijmwerkje ging van twee geheel onbekende dichters, G. Hohrod en M. Eschbach. De jury maakte daar bezwaar tegen, maar De Coubertin wist van geen wijken en nam het op zich om de gouden plak als juryvoorzitter in het geniep uit te reiken. Het was de eerste en laatste Olympische medaille voor de literatuur.

Zeven jaar later bleek De Coubertin zelf de auteur te zijn geweest van de Ode aan de Sport. Hohrod en Eschbach, de vermeende auteurs, waren de namen van de geboortedorpen van de schoonouders van de sportieve baron.

Door heinmeijers

Hein Meijers is zelfstandig wetenschapsjournalist en publiceert boeken o.a. bij Atlas Contact

maar nu bent u aan zet: