ADELDOM

cayatana 5

In de 16e en 17e eeuw verzetten de Spaanse Nederlanden zich tegen het bevoegde Spaanse gezag. Inzet was geld en geloof: Luther versus de Paus en belasting al dan niet afgedragen aan de Roomse Kerk die de koninklijke positie van de Habsburgers ratificeerde. De woelingen in onze dreven haalden onze geschiedenisboeken als de 80-jarige oorlog. Maar eigenlijk gaat het om een beperkt aantal schermutselingen vanaf 1581, toen de noordelijke Nederlanden Philips II van Spanje eenzijdig afwezen als hun vorst. In 1609 volgde een formeel bestand.

In 1648 werd de zaak in de marge beklonken bij het verdrag van Munster dat een einde maakte aan de ‘echte’30 jarige oorlog waarbij heel Europa was betrokken. Onze futiele 80 jarige oorlog duurde minder dan 30 jaar. En volgens sommige klimaatoptimisten speelde ook de kleine ijstijd die zich na de Middeleeuwen manifesteerde, een belangrijke rol bij het beëindigen van de Spaanse onderdrukking van de Nederlanden. Het was gewoon te fris om met plezier te vechten tegen al die geuzen in het zompige Nederland.

Onze 80 jarige oorlog wordt buiten ons land gezien als een geslaagde opstand tegen het Spaanse gezag. Na het vertrek van de Spanjaarden was het weer business as usual. De drie standen, de eerste stand, de geestelijkheid, de tweede stand de adel en de  derde stand, de boeren en de burgers kenden hun plaats. De kleine man bleef de dupe. Nu niet langer van Spaanse tollenaars maar van de eigen adel die ook gaarne belasting inde. In de late middeleeuwen was daar een nieuwe kaste bijgekomen: oude families en geslachten die bestuurlijk aan de touwtjes trokken: het patriciaat. De patriciërs eigenden zich ook in Zeeland de belangrijke bestuurlijke baantjes toe. Je kon alleen maar burgemeester of schepen worden als je behoorde tot z’n oud geslacht.

Maar waar komt die adel eigenlijk vandaan?

Grootgrondbezitters vormden in de tijden van Karel de Grote de zogenaamde oeradel. Zij steunden hun vorst en ontwikkelden zich in de 12e eeuw tot een gesloten kaste met  vele voorrechten en een monopolie op belangrijke functies in het leger en het landsbestuur. Daarbij gesteund door de cowboys van de oude wereld, de ridders, die hun best deden om in het gevlei te raken bij de adel en dan vooral bij de heersende vorst die zijn trouwste ridders in de adelstand placht te verheffen. De adel liet met adelproeven vaststellen of kandidaten wel zuiver op de graat waren en hielden er een huwelijkspolitiek op na. Dit speelde vooral in het Heilige Roomse Rijk, het uit vele vorstendommetjes bestaande Duitsland, maar ook in Frankrijk en Engeland.

Nederland en het altijd al zeer dunbevolkte Zeeland kende weinig adel en was daar ook niet erg zuinig op. Wij kennen vooral geldadel. Koopmannen, die zich in de Gouden eeuw in Middelburg en Amsterdam bij de Oost-Indische en West-Indische Compagnie over de ruggen van slaven ontwikkelden tot rijke en machtige families.

Zeeland telde in de 18e eeuw ruim 500 adellijke families, waarvan de meeste nu zijn verdwenen uit Zeeland al dan niet bij gebrek aan kroost. Ze werden in 1700 beschreven in de Nieuwe Cronyk Van Zeeland, van de historicus Smallegange. Na Napoleon voegde Willem I er in 1815 met enige moeite 36 nieuwe namen aan toe. Willem had ook vanwege het opvullen van zijn Staten Generaal verse elite nodig. Niet minder dan 433 eerder geridderde families werden aan het begin van de negentiende eeuw in het nieuwe koninkrijk door de nieuwe vorst in de adelstand verheven. Slechts 36 daarvan waren Zeeuwen doordat Zeeland (net als Friesland) geen ‘ridders’ kende die geadeld konden worden. Om in die leemte te voorzien waren er in beide provincies 1814 ‘edelen’ benoemd. Telgen uit rijke Zeeuwse en Friese families. Deze ‘edelen’ werden in 1815 in de adelstand verheven, nadat was vastgesteld dat de grondwet niet voorzag in ‘edelen’. Het was dus een kunstgreep die nieuwe elite opleverde en die in de hand werkte dat Friesland en Zeeland qua adel al meteen op achterstand kwamen te staan. Maar de meeste van die nieuwe adel is inmiddels ook al uitgestorven.

Er is dan ook weinig adel in Zeeland. De resterenden zijn terug te vinden in het Nederland’s Adelsboek, ook wel het Rode Boekje genoemd. Dat startte in 1903 en werd in 2014 herzien. Naast dit Adelsboek is er nog een naslagwerkje, dat zeer populair is bij statusgeile families: het  Nederland’s Patriciaat, ook wel het Blauwe Boekje genoemd. En dan is er ook nog het Groene Boekje, het zogenaamde La Haye diplomatique et mondain. Een wie-is-wie voor de Haagse betere kringen die het moeten gedogen dat hun naam hooguit in een telefoonboek terug te vinden is.

De uitbreiding van de adelstand onder Willem I betekende weinig voor de formele machtspositie van de adel en de elite.  In de nieuwe grondwet van Thorbecke van 1848 degradeerde de adelstand tot adeldom. In 1983 verdween de adel helemaal uit onze grondwet. En sinds 1994 komt er niettegenstaande de lintjesregen, in ons land geen nieuwe adel meer bij, behalve dan bij de koninklijke familie. Door met een echte Oranje te trouwen heb je de kans om in de adelstand te worden verheven. Maar dat dit niet altijd lukt laat Pieter van Vollenhoven zien, de in rampen gespecialiseerde professor die zijn eigen kinderen met Koninklijke Hoogheid dient aan te spreken.

Het enige voorrecht van de oude Nederlandse adel is nu het voeren van een adellijke titel. Vanaf geboorte mag je jezelf prins, hertog, markies, graaf, burggraaf, baron of ridder noemen. Markiezen zijn het schaarst. Wij hebben er in ons land maar twee, de markies van Veere en Vlissingen, een titel die hoort bij de Koning. De ander is de markies van Heusden. Een erfelijke titel die nu wordt gedragen door ufo deskundige Nicholas Power Richard Le Poer Trench, in de UK de Earl of Clancarty.

Onze meeste adellijken bezitten geen titel en mogen zich jonkheer of jonkvrouw noemen. Dat mag trouwens iedereen, want het is, anders dan in België, in ons land geen beschermde titel. Datzelfde geldt voor heraldiek en wapenschilden.

Overigens: Als de Spanjool iets meer succes had gehad in onze 80-jarige oorlog, dan was de kans groot dat Cayetano Martinez de Irujo nu onze koning zou zijn. Cayetano is de 19e hertog van Alva. Koningin zou dan het zwemstertje Melanie Costa zijn, net als Maxima een net burgermeisje.

cayatana 6Genoemde  Cayetano Martinez de Irujo is een van de vele kinderen van  Cayetana Fitz-James Stuart, de  beroemde 18e hertog van Alba, oftewel Alva, die niet minder dan 57 adellijke titels voerde. Daarmee heeft deze regelmatig gebotoxte dame van stand  het Guiness book of records gehaald. Naast dan de Hola, het Spaanse boulevardblad dat dankzij de Alvaatjes altijd wel een nieuwtje heeft. De bijdrage van de steenrijke hertogin van Alva aan dit populaire weekblad, is niet gering. Zo hertrouwde Cayetana op haar 85e met de 25 jaar jongere Alfonso Díez Carabantes. Haar derde huwelijk. Ze overleed een jaar geleden op 88-jarige leeftijd; ze had zes kinderen, negen kleinkinderen en drie achterkleinkinderen onder wie haar 57 titels zijn verdeeld. In haar betere jaren danste ze de flamenco, deed ze aan stierenvechten en het met Picasso.

Toch een beetje jammer dus, dat de Spanjool ooit in de Zeeuwse klei is blijven steken. Want dan zou het een stuk beter zijn gegaan met het adeldom in ons land. Of in elk geval met de berichtgeving daarover in Blauw Bloed en Hoe Heurt het Eigenlijk, het tv programma  waarin de heer Kelder het gebruik van mes en vork toelicht.

 

 

De Encyclopedie van Nutteloze Feiten op internet