
Lepra werd in de Middeleeuwen ‘de ziekte van Lazarus’ genoemd omdat men de arme Lazarus uit het Bijbelverhaal zag als symbool van de verstoten en lijdende mens. Hoewel hij in de Bijbel geen lepra had, werd hij hét icoon van ellende en uitsluiting. Daarom heetten leprozenhuizen lazaretten en hun bewoners lazaristen.
Amsterdamse leprozen werden vroeger net als in andere steden gehuisvest in speciale leprozenhuizen. Eén keer per jaar echter, op Koppermaandag, mochten ze de stad in om te bedelen. Kopperen is oudhollands voor zuipen en feesten. In herkenbare kleding trokken de melaatsen dan naar de Dam, voor een drinkgelag van twee dagen. Het zuipen eindigde in een totale verbroedering van leprozen en gezonden. De leprozen bleven melaats. Hun gezonde drinkebroers werden het soms daarna ook.