Kerstmis 1956

December 1956, alle metertjes van de GEB, nu Eneco geheten, vierden uitbundig kerstfeest. Wij deden dat met het hele gezin bij Omi in pension Het Zonnehuis, nu opgewaardeerd tot Hotel  ’t Sonnehuys,  een krakend Jugendstil stadspaleis vlak achter het circustheater in Scheveningen. Dat theater behoorde toen toe aan het door H.M. Wilhelmina Koninklijk erkende circus Strassburger. De Majesteit en haar brave dochter Juliana, werden aldaar vaak frontloge aangetroffen. Want het was immers een beetje hun circus Strassburger. In stille bewondering genoten zij van de gewaagde dierennummers en plaisanterieën die de Strassburgers hen met hun artiesten voorschotelden.

Vooral de clowns waren zomers in topvorm. Aan tafel in het Zonnehuis waar zij plachten te logeren mochten ze bij het afruimen graag nieuwe grappen uitproberen met het steeds schaarser wordende serviesgoed van Omi. Ook Omi kon er hard om lachen. En wij mochten daarna zo vaak als we wilden en tot genoegen van Omi, gratis mee naar het circus. Ja de  jaren vijftig, het waren heerlijke tijden.

Het leek in 1956 een rustige kerstavond te worden, De echte kaarsjes in de kerstboom in het Zonnehuis flakkerden vrolijk en Jozef en Maria genoten ontspannen vanuit hun kerststalletje op het dressoir van de vredige kerstsfeer. Er was dus alle aanleiding om op mijn mondharmonica, de Chromonica IIIM280 C van Hohner, het zo indringende  ‘De Herdertjes  Lagen Bij Nachten’ in te zetten. Althans een melodie die daar bij vlagen sterk aan deed denken.

Mijn muzikale inzet werd in dat jaar evenwel abrupt verstoord door Omi. Onder het uitroepen van de kreet: ‘red het Kindeke Jezus’ stortte zij zich tijdens de thee met kransjes op het kerststalletje. Begrijpelijk, want dat bleek in lichterlaaie te staan. Een van de tafelkaarsen rond het boerenoptrekje was omgevallen en was bovenop Jozef terecht gekomen. Deze had prompt vlam gevat. De snelle actie van Omi kon inderdaad voorkomen dat het Kindeke Jezus een vlooi der prammen werd, maar helaas donderden door haar ingrijpen nu alle tafelkaarsen om. Toen de emmer water naast de kerstboom zijn werk had gedaan restte er naast de piepjonge Jezus nog slechts één halve wijze uit het oosten, twee ernstig geblakerde lammetjes, één engel en een handjevol kamelen. Op het na smeulende fineer van het dressoir rookte Maria nog wat vochtig na.

Het schouwspel gaf een duidelijk innovatief accent aan het kerstgebeuren, maar deed toch ook iets af aan de gewijde sfeer, die zo kenmerkend is voor de schoonste dag van het jaar.

Het wonder van het timmermansgezinnetje dat 20 eeuwen geleden te Bethlehem werd geconfronteerd met een nieuw boorlingske, waar de heer des huizes geen bemoeienis mee gehad zou hebben, kwam hierdoor een beetje op de achtergrond te staan.

Maar de kerstsfeer kwam in 1956 gelukkig weer helemaal terug toen bleek dat de kerstcadeautjes godlof gespaard waren gebleven bij de onzalige ramp. Dus toch een kerstwonder.

Ja Kerst, -mis of -raak, ook in 1956 trof hij doel.